|
|
|
|
Radioactief vervalHet verval van radioactieve stoffen is een statisch proces. Het is te vergelijken met het werpen met een dobbelsteen. De kans dat je een oneven getal werpt, is 50% maar dat betekent niet dat je na honderd worpen 50 maal een oneven getal hebt gegooid. Het kan ook 45 of 55 maal zijn. Omdat radioactief verval een statitisch proces is, is het onmogelijk om te voorspellen of een bepaalde kern vroeg dan wel laat vervalt. Vast staat alleen, dat gedurende één halveringstijd (ongeveer) de helft van het aantal kernen vervalt. Op een willekeurig te kiezen begintijdstip t = 0 s noemen we het aantal beschikbare radioactieve kernen N(0). Dan geldt op het tijdstip t = t seconde: Het aantal verstreken halveringstijden (n) kan worden gevonden door de verstreken tijd (t) te delen door de duur van een halveringstijd (t1/2). Voor het aantal versteken halveringstijden geldt dus: n = t/t1/2 Invullen hiervan levert dus de volgende formule: Deze formule geeft aan dat het aantal radioactieve deeltjes (N) exponentieel daalt.
Deze animatie laat zien hoe een groot aantal kernen van een stof vervalt in
de tijd.
|
|
|